Bellen, het is niet mijn favoriete ding om te doen. En eigenlijk is dat heel raar, want ik heb 10 jaar bij een verzekeraar gewerkt waar ik toch veel moest bellen met klanten. Ik vond het toen minder erg, maar het was nog steeds niet mijn favoriete bezigheid. Het werd meer een soort gewenning, maar ik voelde bij ieder telefoontje toch een drempel.

Die drempel is niet veel lager geworden sinds ik niet meer werk, ik vrees dat deze alleen maar is gegroeid. Ik stuur echt veel liever een mail of een bericht, dan dat ik de telefoon pak om te bellen. Vandaar ook dat ik iedere maand meer dan genoeg belminuten over houd.
Vanochtend was weer zo’n moment, een moment dat je de telefoon moet pakken. Dat je iemand beter even kunt bellen, dan een mail sturen. Dat betekent even moed verzamelen en gewoon doen. Ik wilde niet teveel uitstellen, de koe bij de hoorns vatten. Dus dat deed ik… En hoorde dat degene die ik wilde bellen op vakantie is en ik over 2 weken terug kan bellen.

Dat ga ik zeker wel doen, maar ik ga ook een mail sturen. Want die kan ik nu al versturen, dan heb ik dat al gedaan. En over 2 weken ga ik gewoon weer bellen. Zonder aarzeling, gewoon bellen. Het is eigenlijk ook maar raar dat ik daar zo’n drempel bij voel, waarom is dat nodig?

Ik weet dat ik niet de enige ben, die hier last van heeft. Herken jij dit, ben jij ook geen fan van bellen? Hoe pak jij dat aan, gewoon doen of toch eerder een berichtje sturen?

Oh, en die gedeukte telefoon boven dit bericht? Dat is de speelgoedtelefoon, die regelmatig wordt gebruikt. Bijvoorbeeld om te bellen als je bij mama achter op de fiets zit.

Pin It on Pinterest