In de zesde klas van de basisschool moesten we onderstaand gedicht uit ons hoofd leren. Waarom weet ik eigenlijk niet meer. In deze Sinterklaas-tijd zingen regelmatig de eerste drie coupletten door mijn hoofd. Verder ken ik ‘m niet meer. Daarom heb ik het gedicht maar even opgezocht, ik wilde graag weten hoe het nu ook al weer verder ging. Maar ik ga het gedicht niet meer uit mijn hoofd leren!

In Amsterdam kwam Sinterklaas
een keer incognito:
geen tabbaard om geen mijter op;
hij kwam er maar es zo,

als een gewone oude heer
met lange witte baard;
hij liet zijn zwarte knecht te huis
en in de stal zijn paard.

Je had hem nimmer zo herkend
in z’n geklede jas;
temeer, daar ’t in de junimaand
en volop zomer was.

Hij nam als menig sterveling,
die zomerdag een bad;
en ieder vroeg, wat witte baard
daar in ’t ondiepe zat.

Dan dreef hij, op een gummiband,
de pierenbak in ’t rond,
en ’t rare was dat ieder kind
dit niet bevreemdend vond.

Ze dachten: ‘Wie is dat ook weer,
die met die lange baard?’
– maar niemand dacht aan Sinterklaas,
aan Piet en ’t witte paard:

dat kwam omdat het juni was
en ongelooflijk heet;
niets, dat op deze junidag
aan winter denken deed. –

Maar nooit nog, op geen enkel feest,
genoot de bisschop zo;
hij is in juni hier geweest
en was incognito.

Jac van Hattum

Pin It on Pinterest